Behandeling van eetstoornis

Hoe weet je of je een eetstoornis hebt?

Het kan zijn dat je zelf denkt dat het helemaal niet zo anders is wat je doet maar dat je ouders of andere mensen in je omgeving dat wel denken. Ze kunnen dan vaker vragen hoe met je gaat, of je wel goed en gezond eet. Als je minder zin krijgt om af te spreken met je vrienden kan dat ook een teken zijn. Een ander teken kan zijn, dat je heel erg afvalt of juist aankomt. In plaats van heel erg afvallen kan het ook zijn dat je stopt met groeien of dat je als meisje niet ongesteld wordt terwijl je vriendinnen dat al wel zijn. Om te weten of je een eetstoornis hebt, kan je het beste naar de huisarts gaan, die kan jou dan vragen om bij te houden wat je elke dag eet (ook hoeveel en wanneer). Als de huisarts denkt dat jij misschien een eetstoornis hebt, word je doorgestuurd naar een dokter, psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken en testjes onderzoeken zij of je echt een eetstoornis hebt en hoe je geholpen kan worden weer gezond en gelukkig te worden.

Gaat het over?

Hoe jonger je bent hoe groter de kans is dat het overgaat. Het helpt erg als je zelf ook graag beter wil worden. Natuurlijk heb je daar wel hulp bij nodig. Hieronder lees je hoe dat werkt. Je kan dan waarschijnlijk weer gewoon meedoen met je vrienden en klasgenoten en je doelen bereiken. Als je geen hulp krijgt, is het veel moeilijker om van je eetstoornis af te komen, de kans is dan heel groot dat het lastig blijft om gewoon te eten.

Behandeling

Als er beter bekend is wat de problemen zijn zal een psycholoog samen met jou en je ouders een goed plan maken om je beter te voelen. Het kan zijn dat je ook met een psychiater gaat praten. Dat is een dokter die bepaalt of je ook medicijnen nodig hebt om je beter te gaan voelen. Als je wordt behandeld, word je gezin er vaak ook bij betrokken. Je zal in je eentje gesprekken hebben maar ook met het hele gezin erbij.

Behandeling kan op verschillende manieren:

Cognitieve gedragstherapie
Door middel van cognitieve gedragstherapie leer je welke gedachten en gevoelens er voor zorgen dat jij een eetstoornis blijft houden. Cognitieve gedragstherapie leert je anders te doen en te denken waardoor je minder bang wordt voor eten en weer weet en voelt wat normaal eten is. Je leert bijvoorbeeld stapje voor stapje dat je niet heel dik wordt van een gewone portie eten en hoe je eetbuien kan voorkomen.

(Meer)gezinsbehandeling
Hier word je tegelijk met andere gezinnen met een kind met een eetstoornis behandeld. Samen met de andere gezinnen wordt de eetstoornis aangepakt. Je ouders leren zichzelf en jou met je eetstoornis om te gaan en samen met de andere gezinnen proberen jullie weer normaal en regelmatig te gaan eten. Daarbij leren je ouders trucjes om jou te beschermen tegen gedachten en gevoelens die er voor zorgen dat je eetstoornis blijft bestaan.

Interpersoonlijke psychotherapie
Soms heb je iets moeilijks meegemaakt en heb je het gevoel dat je eetstoornis je helpt daar mee om te gaan. Dat wat je hebt meegemaakt is minder erg doordat je jezelf kan bezighouden met je eetstoornis. Omdat de eetstoornis eigenlijk geen goede oplossing is, helpt interpersoonlijke psychotherapie je problemen op een goede manier op te lossen.

Voedingsmanagement
Doordat je een eetstoornis hebt, weet je waarschijnlijk niet meer wat normaal eten is en wat nou echt gezond voor je is. Een diëtist kan je dan helpen weer normaal te leren eten.

Medicijnen
Soms wil je helemaal niet geholpen worden of voel je je zo rottig dat je denkt dat je niet eens geholpen kan worden. Als je bang bent dat je zieker of ongelukkiger wordt zonder eetstoornis kan je daar medicijnen voor krijgen. Die medicijnen heten antipsychotica en helpen je minder bang te zijn. Het kan ook zijn dat je jezelf heel rottig voelt en nergens meer zin in hebt. Om te zorgen dat je weer meer zin krijgt om dingen te doen kan je SSRI's krijgen, deze helpen je om je ietsje vrolijker te voelen. Omdat je met een eetstoornis ook je lichaam kan beschadigen, kan het soms zijn dat je ook nog medicijnen nodig hebt om niet alleen je hoofd maar ook je lichaam beter te maken. Let op! Elk medicijn kan bijeffecten hebben. Dat betekent dat je juist van andere dingen last krijgt.

Deel deze pagina via:
Reageren

Kunnen we dit artikel verbeteren? Ontbreekt het aan inhoud, of vond je niet precies wat je zocht?
Laat het ons weten.