Welke behandelingen zijn er?

Hulpverleners noemen de manier waarop ze je helpen, de therapie, soms anders dan een onderzoeker dat doet. Hier beschrijven we een aantal therapiën op de manier zoals onderzoekers dat doen.

De onderzoekers zijn de mensen die getest hebben of onderstaande therapiën echt helpen. Er zijn daarnaast natuurlijk ook andere manieren die je helpen om je beter te voelen maar die onderzoekers nog niet getest hebben.

In het onderstaande lijstje lees je een algemene omschrijving van de therapieën. Maar de therapiën worden per probleem en per persoon anders uitgevoerd. Jouw behandeling kan dus een beetje verschillen van de manier waarop deze hieronder wordt omschreven. Dat verschil kan komen omdat altijd gekeken wordt hoe de therapie bij jou het beste werkt. Soms moet er dan iets aangepast worden.

Psycho-educatie

Je leert wat je problemen precies zijn en hoe ze zijn ontstaan. Zo kan je er beter mee om gaan en krijg je meer zelfvertrouwen. Het is onderdeel van elke behandeling.

Gedragstherapie

In gedragstherapie leer je hoe je je handiger kan gedragen in sommige situaties.

Cognitieve gedragstherapie

Je leert hoe je anders kan denken en je gedragen zodat je leven wat makkelijker voor jou en voor anderen wordt.

EMDR (Eye Movement Desensitisation Reprocessing)

Bij deze therapie moet je een simpele oefening uitvoeren (bijvoorbeeld luisteren naar geluiden uit een koptelefoon) terwijl je ondertussen aan andere moeilijke dingen denkt. Dit zorgt ervoor dat in de toekomst je gedachten en gevoelens over deze moeilijke dingen niet meer zo erg zijn.

Groepstherapie

Praten over je problemen in een groep met anderen die last hebben van dezelfde problemen.

Medicijnen

Het nemen van medicijnen, zoals een pil of een drankje, kunnen ervoor zorgen dat je anders gaat denken of gedragen en je beter voelt. Elk medicijn kan bij-effecten hebben. Dat betekent dat je juist van andere dingen last krijgt.

Motivatie gesprek

Je praat met een hulpverlener over wat er zou gebeuren als je je gedrag verandert. Je praat over de voor- en nadelen ervan. Het is onderdeel van bijna elke behandeling.

Oudertraining

Ook je ouders kunnen leren hoe zij zich anders kunnen gedragen of hoe ze jou kunnen helpen om je beter te voelen.

Psychotherapie

Zo'n gesprek heb je meestal een keer in de week en het duurt ongeveer drie kwartier. De gesprekken gaan over hoe je je voelt en hoe dat te maken heeft met wat je alle dagen meemaakt of meegemaakt hebt. Je gaat jezelf wat beter leren kennen. Of je ziet in waarom ánderen doen zoals ze doen. Je krijgt steun, soms ook adviezen, of je oefent met dingen die je moeilijk vindt. Als je geen zin hebt om te praten kun je ook spelen, als je dat nog wilt. Bij psychotherapie draait het écht helemaal om jou.

Sociale training

Je leert hoe je anders kan omgaan en praten met anderen.

Gezinstherapie

Je leert met je hele gezin om oplossingen te verzinnen voor jouw problemen.

Multi-systeem therapie

Dan krijgen jij, je ouders en je omgeving, zoals school, veel verschillende soorten manieren van therapie tegelijk. Het zorgt ervoor dat jij je in elke situatie beter voelt en handiger gedraagt.

Vaktherapie

In deze therapie staat het doen en ervaren centraal. Je kunt direct oefenen met wat je leert. Er zijn verschillende soorten vaktherapie, zoals: dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie ( PMT), beeldende therapie, danstherapie. Elke therapeut werkt met een bepaald middel, zoals toneel ( drama), muziek, beweging en sport ( PMT), tekenen, schilderen en knutselen, dans.

Deel deze pagina via:
Reageren

Kunnen we dit artikel verbeteren? Ontbreekt het aan inhoud, of vond je niet precies wat je zocht?
Laat het ons weten.