Het verhaal van Mars

Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen met mijn ervaring in de psychiatrie, maar ik ga proberen te beginnen bij het begin.

Twee jaar geleden werd ik via mijn huisarts doorgestuurd naar een psycholoog, omdat ik 3 keer per week hoofdpijn had. Ik dacht dat het migraine was, maar de huisarts en mijn fysiotherapeut dachten daar anders over. Vooral omdat mijn gezinssituatie nou niet bepaald 'normaal' is.

Mijn moeder heeft NAH (een verstandelijke beperking) en kan eigenlijk niet zoveel. Ook mijn vader is niet iemand die heel slim en handig is met dingen. Hierdoor heb ik altijd dingen in het huishouden moeten regelen sinds ik een klein meisje was. Ook gebeurde er nare dingen thuis, maar ik dacht dat dat normaal was en was het eigenlijk allemaal al vergeten. Het was niet anders.

Ik vond het prima om naar een psycholoog te gaan, maar verwachtte er niet teveel van. Gewoon af en toe een beetje kletsen, wat zou het helpen tegen de hoofdpijn? Al snel kwam ik erachter dat die gesprekken pittig konden zijn, mijn verleden kwam omhoog en ik ging me erg eenzaam voelen, want op wie kon ik eigenlijk rekenen in mijn leven? Ik hoor nooit wat van mijn familie, ik moet zelf voor mijn ouders zorgen, en vriendinnen van mijn leeftijd begrepen me niet. De enige personen waar ik op kon rekenen waren mijn psycholoog en twee docenten op mijn school.

Het ging steeds slechter met me en ik werd steeds somberder. Ik begon te automutileren (jezelf expres verwonden), dit was het enige waar ik op kon rekenen. Hierdoor kon ik even de pijn vergeten. En het was toch winter, dus niemand zou mijn armen zien. Ik zag het leven niet meer zitten, wat deed ik hier nog op aarde als toch niemand iets om mij geeft?

Mijn psycholoog kon mij niet verder helpen en toen werd ik doorgeschakeld naar de Jeugdpsychiatrie in het UMC en kreeg ik opeens een gesprek met een psychiater. Ik had wel eens van een psychiater gehoord, maar dat was toch voor hele erge problemen? Dat was niet voor mij bestemd! Uiteindelijk was het een fijn gesprek, en kreeg ik te horen dat ik een Depressie had. Het was gek dat het opeens een naam kreeg wat er met mij aan de hand was.

Ik zou therapieën gaan krijgen: PMT, CGT, OT en gesprekken met de psychiater. Ik vond het allemaal maar raar klinken, maar als het mij zou helpen vond ik het allemaal goed.

Inmiddels ging ik 3 keer per week naar het UMC voor mijn therapieën, maar eigenlijk ging het maar niet beter. We zouden het nog twee weken aankijken en dan zou ik moeten kiezen of ik hiermee verder wilde of dat ik naar een kliniek wilde gaan voor 12 maanden opname die speciaal gericht is op mijn depressie. Ik moest medicatie gaan slikken, Fluoxetine, en zou voor 2 weken opgenomen worden op een open afdeling in het UMC omdat het gevaarlijke bijwerkingen kon geven. Het was gek. Gek om opeens opgenomen te worden. En dat nog wel in de Psychiatrie. En al waren het maar 2 weken, opeens zou ik weg zijn van mijn normale leven. Het begin was zwaar, maar ergens voelde ik me daar ook heel veilig, en vond ik het fijn om even weg te zijn van thuis.

Het ging nog steeds niet beter met me, en uiteindelijk heb ik besloten om voor de behandeling van 12 maanden te kiezen op een andere plek.

Weer kon ik opnieuw beginnen en weer kon ik mijn verhaal opnieuw vertellen. Wat keek ik er tegenop. Maar gelukkig viel het hartstikke mee. Het was totaal anders dan het UMC, maar de vrouw waar ik het gesprek mee had was heel aardig en begripvol. Uiteindelijk werd ik 's avonds gebeld dat ze me geschikt vonden voor de opname en over 1 week al kon worden opgenomen. Dat was erg zwaar voor mij. Ik vond het vooral moeilijk om afscheid te nemen van alle therapeuten, omdat dat de enige personen waren waar ik dacht op te kunnen rekenen.

Maar goed ik moest doorgaan en voor mezelf kiezen. Dapper ging ik 12 maanden behandeling tegemoet. Ik werd heel lief ontvangen door de andere acht meiden die er zaten. Maar toen ik mijn kamer inliep waar ik met een ander meisje sliep, en ik een oud bureau, bed en kast zag, vond ik het toch wel moeilijk. Hier zou ik de aankomende 12 maanden gaan wonen. Dit werd mijn leven. Ik kon het niet geloven, hoe is het zover gekomen?

Het was wennen, het was raar om opeens een ander leven te lijden dan die van mijn vriendinnen. Mijn school werd immers ook niks meer, ik zat in havo 5, en door alle problemen ging ik het jaar niet redden.

Uiteindelijk heb ik er toch mijn draai gekregen, en ben ik gaan beseffen dat mensen wel in mij willen investeren, ik weet nu wie mijn vriendinnen zijn, dat ik op ze kan rekenen, maar ook de meiden uit mijn kliniek en de mensen van school ben ik erg dankbaar. Het is gek om geen steun te hebben van je eigen familie, maar op hetzelfde moment ben ik de mensen die mij nu helpen zo ontzettend dankbaar.

Mijn leven is anders dan die van een normale 17 jarige puber, ik ben keihard aan het vechten voor mezelf. Ik zit in de psychiatrie, het is niet anders. Maar wat ik zeker weet is dat ik na mijn hele behandeling in de kliniek een stuk meer weet over het leven dan de meeste mensen van mijn leeftijd.

What doesn't kill you, only makes you stronger.

Deel deze pagina via: