Druk zijn en doen zonder eerst na te denken. Je kan niet lang je aandacht ergens bijhouden. Lees meer
Druk zijn en doen zonder eerst na te denken. Je kan niet lang je aandacht ergens bijhouden. Lees meer

Gespannen en heel erg bang zijn, bijvoorbeeld voor spinnen. Je denkt ook heel vaak dat je alles fout doet. Lees meer

Iets heel erg boeiend vinden en er bijna alles over weten. Maar je praat daar liever niet met anderen over. Lees meer
Het ene moment heel vrolijk zijn en het andere moment heel somber. Je weet niet zo goed wie je zelf bent. Lees meer
Geen zin meer hebben in leuke dingen en erg moe zijn. Je zit slecht in je vel en het gaat maar niet over. Lees meer
De hele tijd kijken of de deur wel goed op slot zit. Je moet het doen, anders gaat alles misschien wel mis. Lees meer

Bang zijn om te eten omdat je dan misschien dik wordt. Je hebt best wel trek maar laat het toch maar staan. Het kan ook zijn dat je eten gewoon écht niet lekker vindt of pijn hebt bij het eten.

Een moeilijk thuissituatie en veel ruzies op school. Je doet vaak iets dat niet mag en bent ook al eens opgepakt door de politie. Lees meer

Zomaar ineens slaan, schoppen, schelden, bijten en schreeuwen. Je liegt behoorlijk vaak en maakt dingen expres kapot. Lees meer

Je bent te vaak alleen thuis. Thuis is er ruzie en geweld. Je voelt je alleen. Lees meer.
Je vindt school moeilijk. Je snapt niet goed wat de juf bedoelt. Andere kinderen snappen dit wel. Lees meer
Stemmen in het hoofd, bang of juist erg agressief. Je denkt dat iedereen naar je kijkt en over je praat. Lees meer
Een raar gezicht trekken, schelden of kuchen. Je doet het niet voor de lol en het gebeurt erg vaak. Lees meer
Boos, buikpijn en vaak eng dromen. Je hebt net iets meegemaakt, een ongeluk of er is iemand overleden. Lees meer
Niet meer zonder alcohol kunnen om je goed te voelen. Het zorgt ervoor dat andere problemen verdwijnen. Lees meer