Behandelaren

Er werken veel verschillende hulpverleners in de kinder- en jeugdpsychiatrie en de jeugd-GGZ. De belangrijkste op een rijtje:

  • De kinder- en jeugdpsycholoog heeft psychologie gestudeerd. Hij/zij weet dus goed hoe kinderen en jongeren zich voelen. De kinder- en jeugdpsycholoog doet onderzoeken (praten, tests, vragenlijsten) en behandelingen.
  • De kinder- en jeugdpsychiater heeft geneeskunde gestudeerd en is dus een arts. Hij/zij kijkt bij problemen naar hoe je lichaam en hersenen, je denken en voelen, je doen en je omgeving hier ieder in meespelen. De kinder- en jeugdpsychiater doet onderzoeken (door met je te praten), kan medicijnen voorschrijven, en geeft soms therapie (meestal in de vorm van een gesprek).
  • De gezinstherapeut heeft een studie gedaan zoals psychologie. Hij/zij heeft daarna verder geleerd om met gezinnen te kunnen spreken over problemen in het gezin en te zorgen dat iedereen goed samenwerkt om problemen op te lossen.
  • Verpleegkundigen of sociotherapeuten vind je vooral in de dagbehandeling of opname-afdeling. Zij helpen je bij de problemen van alledag en zijn een soort mentor voor je.
  • Psychotherapeuten zijn vaak psychologen of pedagogen of psychiaters die flink lang hebben doorgeleerd om anderen te helpen veranderen en hun doelen te bereiken.
  • Gedragstherapeuten zijn vaak psychotherapeuten of psychologen. Ze hebben voor gedragstherapeut geleerd. Dat betekent dat ze je helpen anders te doen, anders te denken, anders te voelen (in welke volgorde dan ook). Kan heel praktisch zijn.
  • Opleidelingen en asssistenten zijn mensen die graag één van het bovenstaande willen worden. Ze hebben gestudeerd, doen een extra opleiding en leren in de praktijk terwijl ze begeleid worden door een ervaren iemand. Uit onderzoek blijkt dat hun hulp net zo goed is als van iemand die het vak al langer doet: Ze zijn preciezer, letten goed op dat ze doen wat door onderzoek bewezen is en doen extra hun best om je te helpen.
  • De vaktherapeut heeft een speciale opleiding gedaan waar je leert om therapie te geven en tegelijk ook je eigen specialiteit ( drama, muziek, bewegen, creatieve activiteiten) toe te passen tijdens de therapie. Zo kan de vaktherapeut bijvoorbeeld opdrachten bedenken waarin je kunt oefenen om beter met je probleem om te gaan.
Deel deze pagina via: