Wie, wat, waar?

Hoe zit de wereld van de kinder- en jeugdpsychiatrie nu precies in elkaar? Dat is best moeilijk uit te leggen. Je kan het ook niet goed vergelijken met situaties die je al wel kent, zoals school of de huisarts.

Hoe?

Hoe kom je precies terecht in de kinder- en jeugdpsychiatrie? In ieder geval moet je een ‘verwijzing’ hebben: de huisarts of een andere arts (bijvoorbeeld kinderarts) of het sociale wijkteam in jouw buurt sturen je door.

Wie?

De mensen die er werken zien er niet uit als dokters. Ze dragen gewone kleren, geen witte jassen. Ze zijn begripvol en zijn gewend om over zorgen en problemen te praten met kinderen, jongeren en ouders. Lees hier meer over de verschillende behandelaren.

Wat?

De ‘onderzoeken’ die je krijgt zijn meestal gesprekken, met jou, met je ouders, met je hele gezin. Vaak vul je vragenlijsten in, en soms doe je een test. De hulp bestaat er meestal uit dat je een volwassene ontmoet die geleerd heeft om kinderen te helpen wanneer ze zorgen hebben. Dat noemen ze dan ‘therapie’ of ‘begeleiding’. Soms leggen ze uit dat medicijnen (een pilletje of een drankje) ook kunnen helpen om je beter te laten voelen. Medicijnen hebben voor- en nadelen: vraag om een goede uitleg.

Waar?

Soms zit ‘de kinder- en jeugdpsychiatrie’ in een ziekenhuis, en soms is het een op zichzelf staand gebouw. Soms meer in de stad, soms meer in een buitenwijk. Binnen lijkt het vaak op een kantoor: een wachtruimte, een gang met gesprekskamers.

Als jouw situatie vrij ernstig is, kun je ook voor dagbehandeling (hulp en school overdag) of dag- en nachtbehandeling komen. Er is een huiskamer, spreekkamers, slaapkamers en je dagen zien er ongeveer uit zoals thuis. Voordeel is bijvoorbeeld dat je steun kan krijgen van leeftijdgenoten die vergelijkbare problemen kennen. Er zijn natuurlijk ook nadelen. Wees nooit bang om bij een advies vragen te stellen en je mening te geven.

Afhankelijk van jóuw situatie kan het zo zijn dat je meer dan één vorm van hulp zou moeten proberen. Tegelijk, of na elkaar.

Stap voor stap

De wereld van de psychiatrie stap voor stap uitgelegd:

  1. Verwijzing: een suggestie of advies van een arts of het sociale wijkteam in jouw buurt om naar de kinderpsychiatrie of jeugd-GGZ te gaan.
  2. Aanmelding: Dat kan gebeuren door te bellen. Vaak krijg je formulieren of vragenlijsten toegestuurd die jij en je ouders moeten invullen. Dat scheelt dan weer tijd tijdens de afspraak.
  3. Eerste gesprek/intake: Een soort kennismakingsgesprek met een hulpverlener. Onderwerpen: wat is er aan de hand, sinds wanneer zijn deze problemen er, wat hebben jullie allemaal meegemaakt, wat hebben jullie er al aan gedaan om het beter te laten gaan enzovoort.
  4. Onderzoeken: Vaak meer dan één gesprek – met verschillende deskundigen. Invullen van vragenlijsten, tests. Soms alleen, soms met de ouders, soms met het hele gezin. De gesprekken kunnen vrij diep gaan.
  5. Advies: De verschillende mensen met wie jullie gesproken hebben en alle andere informatie uit vragenlijsten en tests worden bij elkaar gebracht en afgewogen. Er ontstaat een idee wat er aan de hand is (diagnose), en welke hulp goed is in jouw geval . Dat idee leggen ze weer aan jou en je ouders voor.
  6. Therapie of training: Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Kern is dat een volwassene je helpt om problemen aan te pakken en je beter te voelen en je doelen te bereiken. Denk aan een serie gesprekken, één keer per week of één keer per 14 dagen. Vaak is het een vaststaande manier van werken waarvan bekend is dat het helpt (zie protocollaire psychologische behandelingen). Therapie of training kan ook in een groep gebeuren of met het gezin.
  7. Evaluatie: Regelmatig wordt met jou en je ouders besproken of het beter gaat, of er iets aan de behandeling moet veranderen, of er iets toegevoegd moet worden. Het kan nodig zijn om meer dan één ding uit te proberen. Soms is er dan extra onderzoek nodig.
  8. Laatste stap: Klaar? Of nog iets anders of extra's: terug naar stap 4.
Deel deze pagina via: