Woordenlijst

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

A

 

Aanmelding: Dat kan gebeuren door te bellen. Vaak krijg je formulieren of vragenlijsten toegestuurd die jij en je ouders moeten invullen. Dat scheelt dan weer tijd tijdens de afspraak.

ADD – Attention Deficit Disorder: ADD is de afkorting van het Engelse Attention Deficit Disorder. ADD is een vorm van ADHD. Als je ADD hebt vind je het moeilijk om je te concentreren. Dat betekent dat je het moeilijk vindt om lang ergens aandacht voor te hebben of dingen vergeet. Maar het is niet, zoals bij ADHD, dat je vaak ook heel druk bent.

ADHD – Attention Deficit Hyperactivity Disorder: ADHD is de afkorting van het Engelse Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Als je ADHD hebt vind je het moeilijk om ergens je aandacht bij te houden en ben je hyperactief, dat betekent heel druk.

Advies: De verschillende mensen met wie je gesproken hebt en alle andere informatie uit vragenlijsten en tests worden bij elkaar gebracht en afgewogen. Er ontstaat een idee wat er aan de hand is (diagnose) en welke hulp goed is in jouw geval. Dat idee leggen ze weer aan jou en je ouders voor.

Agressie/Agressieve stoornis: Je hebt een agressieve stoornis als je heel snel en vaak boos wordt. Het komt vaak voor dat je scheldt, schreeuwt, slaat, spullen steelt of veel liegt.

Angst: Als je een angststoornis hebt ben je heel erg bang voor één ding of voor meerdere dingen. Je kan er niet van slapen en krijgt hetzelfde bange gevoel steeds weer opnieuw.

Anorexia nervosa: Als je anorexia hebt eet je veel minder dan je nodig hebt om je goed te ontwikkelen en op te kunnen letten op school of je huiswerk goed te maken. Je bent bang om aan te komen of vind jezelf te dik.

Antisociaal gedrag: In het Engels wordt hier de term Conduct Disorder (CD) voor gebruikt. Als je antisociaal gedrag hebt wordt je niet alleen snel en vaak boos, maar doe je ook vaak dingen die echt niet mogen. Bijvoorbeeld pesten en liegen. Ook maak je wel eens dingen stuk of steel je.

Asperger: Het syndroom van Asperger is een vorm van Autisme. Je vindt het moeilijk om contact te maken met andere mensen of om ze goed te begrijpen. Maar je hebt geen problemen met taal en kan goed meekomen op school.

Autisme: Als je autisme hebt vind je het moeilijk om contact te maken met andere mensen of om dingen te begrijpen zoals anderen ze begrijpen.

 

B

 

Behandelplan: Een plan met oefeningen (gedragstherapie) om je beter te leren om gaan met je probleem. Ook staat er in het plan of je medicijnen nodig hebt.

Boulimia nervosa: Als je boulimia hebt, ben je bang om zwaarder of dik te worden. Soms lukt het om niet te eten, maar heb je daarna zulke trek dat je in één keer heel veel eet, een eetbui. Om te zorgen dat je niet zwaarder wordt, spuug je het eten dat je hebt gegeten uit of gebruik je pillen die er voor zorgen dat je je eten heel snel uitpoept.

 

C

 

CD – Conduct Disorder: CD is de afkorting van het Engelse Conduct Disorder. Als je CD hebt wordt je niet alleen snel en vaak boos, maar doe je ook vaak dingen die echt niet mogen. Bijvoorbeeld pesten en liegen. Ook maak je wel eens dingen stuk of steel je.

Cognitieve gedragstherapie: Een behandeling waarbij je leert hoe je anders kan denken en je gedragen zodat je leven wat makkelijker voor jou en voor anderen wordt.

 

D

 

Dagbehandeling: Als je in dagbehandeling bent ga je overdag naar een instelling speciaal voor kinderen met problemen. Je slaapt wel weer thuis.

Depressie: Als je een depressie hebt voel je je somber of heb je weinig energie en zin in dingen. Dit gevoel duurt langer dan twee weken en gaat niet zomaar over.

Dwang/dwangstoornis: Als je een dwangstoornis hebt heb je ideeën in je hoofd of denk je aan dingen die steeds weer terugkomen. Je hebt het gevoel dat je steeds iets opnieuw moet doen, omdat er anders iets naars gebeurt.

 

E

 

Eetstoornis: Wanneer je een eetstoornis hebt, ben je de hele dag bezig met wat je moet eten, hoe laat je moet eten en hoeveel je moet (of mag) eten.

EMDR (Eye Movement Desensitisation Reprocessing): Bij deze behandeling moet je een simple oefening uitvoeren (bijvoorbeeld luisteren naar geluiden uit een koptelefoon) terwijl je ondertussen aan andere moeilijke dingen denkt. Dit zorgt ervoor dat in de toekomst je gedachten en gevoelens over deze moeilijke dingen niet meer zo erg zijn.

Erfelijk: Als iemand uit je gezin, bijvoorbeeld je ouders of broers en zussen, een probleem hebben is er een grote kans dat jij het ook krijgt.

 

F

 

Forensische kinder- en jeugdpsychiatrie: Forensische kinder- en jeugdpsychiatrie gaat over kinderen en jongeren met psychische problemen in een bijzondere en moeilijke situatie. Bijvoorbeeld die zijn opgepakt door de politie.

 

G

 

Gedragsstoornis: Een verzamelnaam voor problemen (die worden stoornissen genoemd) met je gedrag. Je gedraagt je vaak zo dat je er zelf of dat anderen er last van hebben. ADHD en CD zijn gedragsstoornissen.

Gedragstherapeut: Vaak psychotherapeuten of psychologen. Ze hebben voor gedragstherapeut geleerd. Dat betekent dat ze je helpen anders te doen, anders te denken, anders te voelen. Kan heel praktisch zijn.

Gedragstherapie: Oefeningen of gesprekken waarbij je leert hoe je om kan gaan met problemen.

Gezinstherapeut: Heeft een studie gedaan zoals psychologie en heeft daarna verder geleerd om met gezinnen te kunnen spreken over problemen in het gezin en te zorgen dat iedereen goed samenwerkt om problemen op te lossen.

Gezinstherapie: Een behandeling waar je leert met je hele gezin om oplossingen te verzinnen voor jouw problemen.

GGZ – Geestelijke Gezondheid Zorg: Een onderdeel van de gezondheidszorg in Nederland, net zoals ziekenhuizen, voor mensen met psychische problemen.

Gilles de la Tourette: Een stoornis waarbij je last hebt van tics. Dat zijn bewegingen of geluiden die je meerdere keren op een dag maakt. Bij Gilles de la Tourette heb je last van meerdere bewegingen en in ieder geval ook één geluid. Dit gebeurt meerdere keren op een dag en je hebt hier meer dan één jaar last van.

Groepstherapie: Een behandeling in een groep met anderen die last hebben van dezelfde problemen.

 

H

 

Hyperactief: Als je ADHD hebt dan kan je hyperactief zijn. Dat betekent dat je heel druk en onrustig bent.

 

I

 

Intake gesprek: Een soort kennismakingsgesprek met een hulpverlener. Onderwerpen: wat is er aan de hand, sinds wanneer zijn deze problemen er, wat hebben jullie allemaal meegemaakt, wat hebben jullie er al aangedaan om het beter te laten gaan.

 

K

 

Kinder- en jeugdpsychiatrie: Klik hier

 

M

 

Manisch depressief: Als je manisch depressief bent voel je je soms overdreven vrolijk en soms heel ongelukkig.

Medicijnen: Bijvoorbeeld een pil of een drankje dat je krijgt om je beter te voelen.

Motivatiegesprek: Een behandeling waarbij je praat met een hulpverlener over wat er zou gebeuren als je je gedrag verandert. Je praat over de voor- en nadelen ervan. Het is onderdeel van bijna elke behandeling.

Multi-systeem therapie: Een behandeling waarbij jij, je ouders en je omgeving, zoals school, veel verschillende soorten manier van therapie tegelijk krijgen. Het zorg ervoor dat jij je in elke situatie beter voelt en handiger gedraagt.

 

O

 

OCD – Obsessive Compulsive Disorder: OCD is de afkorting voor het Engelse Obsessive Compulsive Disorder. Dat betekent een dwangstoornis. Als je een dwangstoornis hebt heb je ideeën in je hoofd of denk je aan dingen die steeds weer terugkomen. Je hebt het gevoel dat je steeds iets opnieuw moet doen, omdat er anders iets naars gebeurt. 

ODD – Oppositional Defiant Disorder: ODD is de afkorting voor het Engelse Oppositional Defiant Disorder. Als je ODD hebt kan je er niet goed tegen als iemand tegen je zegt wat je moet doen of wat je juist niet mag doen. Je wordt daar heel erg boos van.

Onderzoeken: Vaak meer dan één gesprek – met verschillende deskundigen. Invullen van vragenlijsten, tests. Soms alleen, soms met de ouders, soms met het hele gezin. De gesprekken kunnen vrij diep gaan.

Oudertraining: Een behandeling voor je ouders. Ze kunnen leren hoe zij zich anders kunnen gedragen of hoe ze jou kunnen helpen om je beter te voelen.

 

P

 

Paniek: Een plotseling bang of gespannen gevoel zonder dat er echt iets gebeurt.

PDD NOS – Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified: PDD NOS is de afkorting voor het Engelse Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. Het is een vorm van autisme. Je vindt het moeilijk om contact te maken met andere mensen of om dingen te begrijpen. Maar je hebt daar niet zo veel last van.

Piekeren: Heel lang en veel nadenken over bepaalde dingen waar je een negatief gevoel van krijgt.

Psychiater: Een dokter voor mensen met psychische problemen. Dat zijn problemen in je gedrag of met je gevoel. Dit kan te maken hebben met iets in je hersenen.

Psychische problemen: Problemen in je gedrag of met je gevoel. Dit kan te maken hebben met iets in je hersenen.

Psycho-educatie: Een behandeling waarbij je leert wat je problemen precies zijn en hoe ze zijn ontstaan. Zo kan je er beter mee om gaan en krijg je meer zelfvertrouwen. Het is onderdeel van elke behandeling.

Psycholoog: Iemand die mensen met psychische problemen helpt. Dat zijn problemen in je gedrag of met je gevoel. Dit kan te maken hebben met iets in je hersenen.

Psychose: Als je erg veel last hebt van hallucinaties, zoals stemmen horen of gevoel achtervolgd te worden, denkproblemen hebt of een heel leeg gevoel hebben.

Psychotherapeuten: Vaak psychologen of pedagogen of psychiaters die flink lang hebben doorgeleerd om anderen te helpen veranderen en hun doelen te bereiken.

 

S

 

Sociaal wijkteam: Iedere gemeente heeft een sociaal wijkteam of een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Je kunt hier terecht als je vragen hebt over je (psychische) gezondheid of als je hulp zoekt. Meestal hebben ze een inloopspreekuur. De medewerkers van dit team kunnen je informatie en advies geven, begeleiden of doorverwijzen naar andere hulpverleners. Kijk op www.opvoeden.nl/cjg voor een CJG bij jou in de buurt.

Sociale training: Een behandeling waarbij je leert hoe je anders kan omgaan en praten met anderen.

Sociotherapeuten: Vind je vooral in de dagbehandeling of opname-afdeling. Helpen je bij de problemen van alledag en zijn een soort mentor voor je.

 

T

 

Tics/Ticstoornis: Een beweging of geluid dat je meerdere keren op een dag maakt. Je kan het niet goed tegenhouden.

Therapie: Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Kern is dat een volwassene je helpt om problemen aan te pakken en je beter je voelen en je doelen te bereiken. Denk aan een serie gesprekken, één keer per week of één keer per 14 dagen. Vaak is het een vaststaande manier van werken waarvan bekend is dat het helpt. Therapie of training kan ook in een groep gebeuren of met het gezin.

 

V

 

Verwijzing: Een suggestie of advies van een arts of het sociale wijkteam om naar de kinderpsychiatrie of jeugd-GGZ te gaan.

 

Naar boven 

Deel deze pagina via: