Escitalopram

Wordt gegeven bij: depressie, angst, dwang, agressie

Bij welke klachten helpt escitalopram?

  • Je tobt en piekert. Je ziet overal problemen. Je ziet geen toekomst. Je vindt jezelf waardeloos. Je bent depressief.
  • Je durft echt niet naar school. Je raakt snel in paniek. Je bent altijd bang in groepen of voor onverwachte dingen.
  • Je gedachten dwingen je tot iets. Je moet steeds iets doen, of je mag juist iets niet doen.
  • Je wordt vaak te snel kwaad. Je kunt je niet beheersen. Misschien deel je zelfs klappen uit.

Hoe helpt escitalopram?

Er zijn veel klachten waarbij escitalopram helpt, niet alleen bij depressie.

Hoe kan dat?

  • Escitalopram maakt dat 'het je minder kan schelen'.
  • Het voelt alsof je meer afstand kunt nemen.

Daardoor tob je minder, durf je meer, dwingen je gedachten minder of word je minder snel kwaad.

Je merkt al snel dat het je minder kan schelen, na enkele dagen al, of soms na een week. Maar soms duurt het vier of zelfs acht weken voordat je klachten echt veel verbeterd zijn.

Hoe doet escitalopram dat?

In je hoofd zit een systeem dat zorgt dat je snel op bedreigende dingen reageert.

Bij jou werkt dat systeem niet helemaal goed. Het is te zwak.

Escitalopram versterkt dat systeem.

Dat heet het serotoninesysteem.

Escitalopram is een 'SSRI', dat is de afkorting van ‘Specific Serotonine Reuptake Inhibitor’.

  • Escitalopram werkt dus specifiek op het serotoninesysteem.

Escitalopram versterkt dat systeem meteen, al na enkele dagen.

Maar het duurt een tijd voordat je hersenen zich helemaal aan die versterking hebben aangepast. Daardoor duurt het weken voordat tobben, in paniek raken, altijd bang zijn of kwaad worden echt veel minder worden of zelfs verdwijnen.

 

Let op: deze informatie vervangt de officiële bijsluiter niet. Lees de gebruiksvoorwaarden.
© Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Deel deze pagina via:
Reageren

Kunnen we dit artikel verbeteren? Ontbreekt het aan inhoud, of vond je niet precies wat je zocht?
Laat het ons weten.