Iedereen heeft wel iets wat hij of zij vaak doet, bijvoorbeeld kuchen of vaak dezelfde woorden of klanken gebruiken, zoals ‘ehm’ of ‘zeg maar’. Maar het kan zijn dat je iets hebt wat je meerdere keren op een dag doet. Je hebt bijvoorbeeld het gevoel dat je steeds met je ogen wil knipperen of met je hoofd moet schudden.
Tics kunnen lastig zijn en storen bij de gewone dingen die je op een dag wil doen, zoals naar school gaan of met vrienden afspreken. Ook is het vervelend als je steeds uit moet leggen waarom je zo doet. Er zijn verschillende soorten tics: het kan een beweging zijn of een geluid dat je constant maakt. Het kan ook zijn dat je van beide last hebt.
Voorbeelden van tics:
- Bewegingen: met je ogen knipperen, je neus ophalen, met je hoofd of lichaam schudden, dingen aanraken of gebaren maken.
- Geluiden: kuchen, snuiven, knorren en woorden of zinnen steeds opnieuw zeggen. Het kan ook zijn dat je een scheldwoord steeds opnieuw zegt.
Soorten tics
| Gilles de la Tourette (TS) |
Als je voordat je 18 jaar bent meerdere keren per dag verschillende bewegingen én geluiden maakt en hier al langer dan een jaar last van hebt. |
| Persisterende (chronische) motorische tics |
Als je voordat je 18 jaar bent meerdere keren op een dag alleen veel bewegingen maakt en hier langer dan een jaar last van hebt. |
| Persisterende (chronische) vocale tics |
Als je voordat je 18 jaar bent meerdere keren op een dag veel geluiden maakt, en hier langer dan een jaar last van hebt. |
| Voorlopige tics |
Als je meerdere keren op een dag bewegingen en geluiden maakt, maar hier minder dan een jaar lang last van hebt. |
| Functionele tics |
Soms kan je plotseling bewegingen of geluiden maken die lijken op tics, maar geen echte tics zijn. Ze ontstaan vaak wanneer je je heel gespannen of gestrest voelt. |
| Andere tics |
Je hebt last van tics, maar dit past niet bij de eerdere genoemde tics. Bijvoorbeeld dat je last hebt van tics nadat je 18 jaar bent geworden. |
Hoe ontstaan tics?
Tics kunnen op jonge leeftijd ontstaan. Bij de meeste kinderen tussen de vier en acht jaar. Het is niet bekend hoe tics precies ontstaan. Wel weten we dat de oorzaak vaak een mix is van verschillende dingen uit je omgeving, dat voor iedereen anders kan zijn. Tics kunnen erfelijk zijn, dan ben je ermee geboren. Daarnaast kan het zijn dat er in je omgeving iets gebeurt waardoor je klachten krijgt. In een drukke of spannende tijd kunnen je tics bijvoorbeeld erger worden.
Het kan zijn dat een tic voor een korte of langere tijd wordt onderdrukt, waardoor je het niet altijd meteen opmerkt. De lengte hiervan kan per persoon verschillen. Vaak wanneer je een tic ervaart, wordt er een vervelend gevoel ervaren zoals een kriebel, druk of spanning op de plaats van de tic. Dit gevoel gaat na de tic weg.
Sommige kinderen hebben meer tics dan andere. Dit verschilt heel erg per persoon en is niet te voorspellen. Toch kan een tic vervelend zijn omdat je er snel moe van wordt, je slechter kan concentreren of er pijn van kan krijgen.
Hoe vaak komt het voor?
Je krijgt vaak tics wanneer je jong bent. Ongeveer 20% van de kinderen heeft weleens tics. 1% van de kinderen heeft last van Tourette. 9% van de kinderen heeft last van een motorische (bewegende) of vocale (geluid) tic.
Gaan tics over?
Het komt vaak voor dat tics na een paar maanden weer weggaan, maar het verdwijnt meestal niet helemaal. Ook kan bij een deel van de kinderen tics minder worden als ze ouder worden. Soms verdwijnen ze zelfs helemaal. Maar sommige mensen blijven er altijd last van houden. Gilles de la Tourette wordt vaak minder erg als je ouder wordt, maar het gaat meestal niet helemaal over.
Hoe weet je of je tics hebt?
Het kan zijn dat je zelf merkt dat je ergens last van hebt wat op een tic lijkt. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of naar het wijkteam in jouw buurt gaan. Als zij denken dat je misschien tics hebt, word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken, testjes en vragenlijsten onderzoeken zij waar je klachten vandaan komen en hoe je daarbij geholpen kan worden.
Het kan ook zijn dat tics samen voorkomen met andere klachten die soms meer tot last kunnen zijn dan de tics zelf. Je kan bijvoorbeeld meer last hebben om je te concentreren op schooltaken of vaak handelingen moeten herhalen van jezelf (dwang). Je kunt ook moeite hebben met slapen, praten en het goed uitspreken van zinnen. Ook (hardop) lezen en schrijven kan lastig zijn.