Home   ›   Transgender

Transgender

Betrouwbare kennis over transgender zijn, speciaal geschreven voor jongeren. Iedereen heeft een genderidentiteit. Dit is jouw eigen persoonlijke gevoel van wat je bent. Ben je een meisje? Ben je een jongen? Of twijfel je soms wat je bent? Sommige kinderen en jongeren voelen zich niet helemaal lekker in hun lijf. Zo kan het fijner voelen om jongenskleren te dragen of om make-up op te doen terwijl mensen dat niet meteen van je verwachten. Ook hebben sommige kinderen of jongeren de wens hun lijf te veranderen door hormonen en/of operaties.

 

Op deze pagina lees over hoe je kunt weten of je transgender bent, wat je kunt doen en wie je kunnen helpen.
Jongen Klimmuur

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen. Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie houdt deze informatie up-to-date.

Begrippen

Genderdiversiteit: Genderdiversiteit is alle genderidentiteiten die er bestaan. Dit zijn dus niet alleen de genderidentiteiten 'man' en 'vrouw', maar bijvoorbeeld ook non-binaire identiteiten (zie hieronder).
Geboortegeslacht/ sekse: Het geslacht dat je hebt gekregen bij je geboorte, gebaseerd op je lichamelijke kenmerken.
Cisgender: Als cisgender komt je gender overeen met je geboortegeslacht. Dus wanneer je geboren bent met een mannenlijf en je voelt je ook man, of je bent geboren met een vrouwenlijf en je voelt je ook vrouw.
Transgender: Iemand die vindt dat hij of zij beter past bij het andere geslacht dan die ze bij de geboorte hebben gekregen.
Trans-vrouw: Iemand geboren met een mannenlijf, maar zich vrouw voelt.
Trans-man: Iemand geboren met een vrouwenlijf, maar zich man voelt.
Non-binaire identiteit: Bij de geboorte worden mensen als ‘jongen’ of ‘meisje’ ingedeeld. Het lijkt daardoor of er maar twee opties zijn, 'binair' (=tweedeling) noem je dat. In werkelijkheid is dat te simpel, er zijn meer variaties naast 'jongen' en 'meisje'. Mensen die zich niet goed voelen in de hokjes 'jongen' en 'meisje' noem je non-binair (=niet het één en niet het ander). Voorbeelden van non-binaire identiteiten zijn bijvoorbeeld genderqueer, genderfluïde en A-gender.
Genderqueer: Iemand die wil aangeven dat er meer variaties zijn dan alleen man of vrouw.
Genderfluïde: Iemand die wisselt tussen geslachten, de ene keer voelt diegene zich meer man en de andere keer meer vrouw.
A-gender: Iemand die geen gevoel van genderidentiteit ervaart. Ze zijn genderidentiteitsloos.
Genderrol: Gedrag dat de meeste mensen in een cultuur of land als typisch mannelijk of vrouwelijk bestempelen.
Gender-non-conform gedrag: Gedrag dat de meeste mensen niet verwachten van een typische jongen of meisje.
Crossdressing/drag: Mensen die zich graag kleden als iemand van een andere sekse.

Hoe weet je dat je transgender bent?

Er is een kans dat je transgender bent als je jezelf herkent in deze punten: 

  • Je wilt heel graag een ander geslacht hebben, dan waar je mee geboren bent. 
  • Als jongen wil je graag een vrouwelijke kledingstijl. Als meisje een mannelijke kledingstijl.  
  • Je hebt een sterke voorkeur voor vriendjes van een ander geslacht.
  • Tijdens het spelen wil je graag iemand nadoen die van een ander geslacht is. 
  • Je hebt een sterke voorkeur voor speelgoed, spelletjes of activiteiten die vaak door kinderen van een ander geslacht worden gebruikt. 
  • Als jongen wil je niet graag met typisch jongensspeelgoed spelen en vermijd je wilde spelletjes. Als meisje speel je niet graag met typisch meisjesspeelgoed. 
  • Je hebt een sterke afkeer van je eigen lichamelijke geslachtskenmerken die passen bij een man of een vrouw.
  • Een sterk verlangen om de geslachtskenmerken van een ander geslacht te hebben.
  • Je voelt je ongelukkig thuis en op school omdat je graag van gender wil veranderen. Je wilt graag dat anderen je aanspreken als iemand van een ander gender, of je wilt je naam veranderen.
Let op:
Er is een grote groep van kinderen of jongeren die zich niet als typische jongen of als typisch meisje gedraagt. Dat betekent niet meteen dat deze kinderen of jongeren transgender zijn.

Hoe vaak komt het voor?

1 op de 25 mensen voelt zich niet helemaal in het hokje man of vrouw passen. 1 op de 173 personen noemt zichzelf transgender.

Gaat het over?

Voor sommige kinderen of jongeren is het zich niet lekker in hun vel voelen, of zich graag willen kleden als iemand van een andere sekse, een fase. Als je transgender bent, gaat dit niet over. Het is onderdeel van wie je bent. Je gaat je vanzelf beter voelen als je hierover kan praten en als mensen je accepteren zoals je bent. Voor sommige transgender mensen helpt het ook om hormonen te nemen die je lijf meer mannelijk of vrouwelijk maken. Anderen willen graag ook operaties om hun lijf te vermannelijken of vervrouwelijken, dit hoeft niet per se. Soms helpt het ook al om bijvoorbeeld je haar te laten groeien of juist kort te knippen en een andere naam te gebruiken.

Terug naar boven

Veel kinderen weten al vanaf heel jonge leeftijd dat ze eigenlijk een jongen of meisje willen zijn. Voor anderen duurt dat wat langer en gebeurt dit bijvoorbeeld later in de puberteit. Om hierbij hulp te krijgen ga je eerst naar de huisarts of het wijkteam. Zij sturen je dan door naar een kinder- en jeugdpsychiater of kinderpsycholoog. Die onderzoekt met gesprekken, testjes en vragenlijsten of je transgender bent. Als dat zo is, dan kun je vanaf het begin van de pubertijd starten met behandelingen om je puberteit te remmen of om hormonen te nemen. Vanaf je 18e kun je genderbevestigende operaties ondergaan.

Begeleiding

Kinderen die nog niet in de puberteit zijn, mogen nog geen medische behandelingen zoals operaties krijgen. Wel kun je begeleiding krijgen bij het leren omgaan met je gendervragen of wensen. Bij het kiezen van een nieuwe naam, het kiezen voor een andere kledingstijl of met het omgaan met ongemakken bijvoorbeeld.

Psychologische hulp

Als je twijfelt of je transgender bent, kun je hulp krijgen van een psycholoog om erachter te komen of dit aan de hand is. Als je het zeker weet, kun je met psychologische behandeling leren om dit te accepteren. Ook kun je ermee leren omgaan dat jouw leven er soms anders uitziet dan dat van cisgender leeftijdsgenoten. Het kan zijn dat je niet alleen last hebt van gendervragen, maar ook van andere dingen. Je voelt je bijvoorbeeld vaak verdrietig of angstig. Daarvoor kun je ook hulp krijgen van een kinderpsycholoog of kinder- en jeugdpsychiater.

Medicijnen en hormonen

  • Als de puberteit is begonnen, mogen jongeren in overleg met een behandelaar beginnen met een behandeling in de vorm van medicijnen en/of hormonen.
    De behandeling begint met met puberteitsremmers. Daarmee stopt de groei van vrouwelijke lichaamskenmerken (borsten, menstruatie, lichaamsvorm) of mannelijke lichaamskenmerken (lage stem, groei penis en ballen, gezichtsbeharing, lichaamsvorm). De puberteitsremmers hebben geen blijvende gevolgen die de puberteitsontwikkeling stopt.
  • Rond de leeftijd van 15-16 jaar, spreek je met je behandelaar over cross-seksehormonen/genderbevestigende hormonen. Deze hormonen zorgen ervoor dat je in de puberteit komt die bij jouw gender past. Trans-jongens krijgen testosteron en trans-meisjes krijgen oestrogeen om zo de passende puberteit in te gaan. Het effect dat de hormonen op het lichaam hebben is grotendeels onomkeerbaar.
  • Vanaf 17 jaar kunnen jongens (van vrouw naar man) een borstverwijdering overwegen. Andere genderbevestigende operaties kunnen vanaf 18 jaar. Een chirurg past dan jouw lichaam zo aan, dat het beter past bij jouw gender, bijvoorbeeld door het creëren van een vagina of penis.

Voor je ouders

Het is belangrijk dat je ouders weten wat er met je aan de hand is en hoe ze daarmee kunnen omgaan. Je ouders leren bijvoorbeeld hoe ze jou bij sommige dingen kunnen helpen. Het gezin of je omgeving kan je vooruit helpen, ze kunnen je een steuntje in de rug geven. Je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Wanneer je je zorgen maakt over de reactie van je ouders, kan het helpen om eerst met iemand te gaan praten waar je je veilig bij voelt. Dit kan een docent zijn, of een vertrouwenspersoon of bijvoorbeeld je buren. Zij kunnen dan met je meedenken over hoe je het aan je ouders kunt vertellen. Samen kun je terecht bij de volgende instanties:

Hoe bespreek je het met je ouders en/of je vrienden?

Je kunt begeleiding krijgen bij het transgender zijn op school, thuis of waar je sport. Je kan bijvoorbeeld hulp krijgen bij het maken van een spreekbeurt over hoe het is om transgender zijn. Als andere mensen weten dat je gendervragen hebt of transgender bent, kunnen ze je zo beter begrijpen, helpen en steunen.

Ook andere jongeren kunnen je steunen als je dat nodig hebt. Dit kan bijvoorbeeld in de chatbox van: jongenout. Jong & Out is dé community voor iedereen tot en met 18 jaar, wat je genderidentiteit ook is.

Stichting Maruf is een platform voor queer moslims. Queer moslims bevinden zich vaak op het kruispunt van hun verschillende identiteiten. Ze hebben hierin te maken met uitdagingen om hoe ze zich identificeren. Enerzijds worden ze afgewezen vanwege hun seksuele oriëntatie, genderidentiteit, expressie of geslachtskenmerken. Anderzijds worden ze uitgesloten vanwege hun etnische afkomst, ras, religie of geloofsovertuiging. Stichting Maruf is er ter ondersteuning van queer moslims en staan voor een open samenleving, vrij van alle vormen van uitsluiting.

Terug naar boven

Jonah is geboren in het lichaam van een meisje, maar het label ‘meisje’ heeft eigenlijk nooit goed bij hem gepast. Daar kwam hij achter toen hij 19 was. Er volgde een traject bij het VU medisch centrum, dat lang niet altijd makkelijk was. Hieronder vertelt Jonah over zijn ervaring.

Toen ik geboren werd dacht iedereen dat ik een meisje was. Zo ben ik ook opgevoed.. Maar toen ik vier werd merkten mijn ouders dat ik mij anders ging gedragen. Ik werd bang en boos, ook al leek hier geen reden voor te zijn. Ik begreep niet waarom ik mij zo voelde: bang, zenuwachtig en onrustig.

Anders dan vriendinnen

Dit duurde zeker tot aan mijn puberteit. In die fase veranderde mijn lichaam snel, en op mijn elfde werd ik ongesteld. Ik weet nog goed hoe overweldigend ik dat vond, ik werd er paniekerig van en wilde dat het wegging. Nu is het voor veel meisjes wat ongemakkelijk om voor het eerst ongesteld te worden, maar bij mij leek dat gevoel er veel meer te zijn dan bij mijn vriendinnen. Ook experimenteerden mijn vriendinnen met make-up en jongens, maar daar had ik zelf helemaal geen zin in. Ondanks dat ik een leuke vriendinnengroep had, was er op mijn school weinig ruimte om anders te zijn.

Verliefd op een meisje

Op mijn veertiende werd ik voor het eerst verliefd op een meisje. Ik dacht: wat overkomt mij nou? Ik wilde helemaal niet anders zijn dan de rest. Lesbisch zijn klopte voor mij niet: ik wist wel dat ik op meisjes viel, maar ik zag mezelf niet als lesbisch. Dat komt omdat ik mij geen meisje voelde. Dat ik verliefd was heb ik toen aan niemand durven vertellen. Het gaf mij een onrustig gevoel. Ook kreeg ik paniekaanvallen en was ik zenuwachtig voor nieuwe dingen. Ik heb mij in deze periode ook depressief (link naar Brainwiki) gevoeld. Dan was ik boos, verdrietig en moe. Mijn ouders merkten dit aan mij, en namen mij mee naar een therapeut. Deze kwam er niet achter wat waar ik echt mee zat, namelijk dat ik eigenlijk een jongen ben.

Op zoek naar hulp

Op mijn zeventiende kreeg ik mijn eerste vriendje. Hij was een lieve jongen, een lot uit de loterij. Door mijn relatie merkte ik pas echt dat ik een toneelstukje aan het opvoeren was. Na een half jaar maakte ik de relatie uit. Ik deed eindexamen,en ging naar Amsterdam om te studeren. Daar veranderde veel. Ik nam mijn beste vriendin in vertrouwen en vertelde haar dat ik op meisjes val, maar dat dit veel onrust met zich meebracht. Zij reageerde erg fijn, en samen hebben we gezocht naar een psycholoog bij wie ik mijn verhaal kon doen. Deze psycholoog heeft mij enorm geholpen met het onderzoeken van mijn gevoelens en de oorzaak van mijn paniek. Nu had ik een plek waar ik mij echt veilig voelde, bij iemand die mij begreep.

Leren over gender en seksualiteit

Tegelijkertijd leerde ik vanuit mijn studie veel over gender en seksualiteit.Toen bleek dat het helemaal niet zo zwart-wit is als het lijkt. Zo leerde ik dat ‘gender’ er in verschillende culturen anders uit kan zien, en dat het niet hetzelfde is als ‘sekse’ en dus losstaat van je lijf (zie begrippenlijst voor meer uitleg over gender en sekse, red.). Voor mij ging er op dat moment een wereld open: ik begreep eindelijk wat er aan de hand was.

Op de wachtlijst

Ik vond het moeilijk om met mensen te praten over mijn ontdekking dat ik mij een jongen voel, en geen meisje. Toen ik voor het eerst een relatie kreeg met een meisje, besloot ik haar in vertrouwen te nemen. Ik vertelde haar en mijn beste vriendin, over mijn gevoel. Zij hebben mij goed gesteund. Samen met mijn vriendin heb ik mij aangemeld bij het VU medisch centrum. Na een tijd op de wachtlijst te hebben gestaan, werd ik in 2011 gebeld: je bent aan de beurt.

Man, vrouw… en iedereen die daarbuiten valt?

Toen ik mijn traject begon bij het VUmc, was ik een beetje teleurgesteld. Het traject was voor iemand die zich een vrouw voelde óf voor iemand die zich man voelde. Ik vroeg me af waar alle mensen waren die daarbuiten vallen, zo zwart-wit kon het toch niet zijn? Voor mij was het belangrijk dat er meer ruimte kwam in het traject, niemand is natuurlijk hetzelfde.

Kinderwens

Zo wilde ik zelf bijvoorbeeld heel graag nog kinderen, maar door het gebruik van hormonen kan dit erg lastig worden. Het VUmc begreep dit niet goed. Ik besloot mijn traject bij het ziekenhuis te pauzeren, en te gaan voor mijn kinderwens. Tegelijkertijd ben ik zelf verder gegaan met mijn medische transitie (zoals bijvoorbeeld het verwijderen van mijn borsten). Mijn persoonlijke traject was erg zwaar, maar ik heb meegewerkt aan verschillende onderzoeken binnen het VUmc om dit traject te verbeteren voor anderen. Tegenwoordig gaat het er heel anders aan toe bij het VUmc. Nu is er meer plek voor iedereen.

Transketeers

Toen mijn relatie werd verbroken, was ik ontzettend verdrietig. Toch opende die tijd ook nieuwe deuren: doordat ik geen relatie meer had, ontmoette ik veel nieuwe mensen die hetzelfde in het leven staan als ik. Met hen bouwde ik een bijzondere band op, ik voelde mij thuis. Vanuit deze vriendschap is Transketeers ontstaan, waar ik met twee vrienden films en educatieve programma’s maak om de genderdiversiteit (zie begrippenlijst voor uitleg over dit begrip) te laten zien die er altijd al is geweest.

Deel je verhaal!

Ik had vaak het gevoel dat ik alles alleen moest doen en dat ik mijn verhaal voor mezelf moest houden, omdat anderen het niet zouden begrijpen. Maar toen ik eenmaal besloot het aan iemand te vertellen, voelde ik mij opgelucht. Als tip zou ik willen meegeven om het met iemand te delen bij wie je je veilig voelt. Dit kan in kleine stapjes, en op jouw manier en tempo. Deze persoon zal misschien niet gelijk alle antwoorden hebben op de vragen waar je mee zit, maar kan jou steun bieden en naar je luisteren. Vanuit daar kan je weer verder. Samen sta je sterk.


Voor tips over hoe je het beste met je ouders of leeftijdsgenoten in gesprek kunt gaan, kun je kijken bij de veelgestelde vragen.

Terug naar boven
Direct hulp nodig?

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste surfervaring mogelijk te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten