Clonidine

Wordt gegeven bij: ADHD, bijwerkingen van methylfenidaat of dexamfetamine, tics

Bij welke klachten helpt clonidine?

Clonidine wordt bijna nooit als enige middel gegeven. Je krijgt het meestal bij een ander middel.

  • Meestal bij methylfenidaat.
  • Maar ook wel bij dexamfetamine of atomoxetine.

Clonidine helpt bij de volgende klachten:

  • Als methylfenidaat niet goed genoeg werkt.
  • Als slaapmiddel bij methylfenidaat.
  • Als middel tegen tics.
  • Als je je nog slechter voelt nadat methylfenidaat is uitgewerkt (terugslag, rebound). Zie bijwerkingen van methylfenidaat: “Als methylfenidaat is uitgewerkt, voel je je nog slechter”
  • Als methylfenidaat je eetlust te sterk onderdrukt.

Hoe helpt clonidine?

Clonidine maakt je rustig, soms een beetje suf.

Bij ADHD werkt het vooral goed tegen hyperactiviteit en minder goed tegen aandachtsproblemen.

De bijwerkingen van clonidine zijn tegenovergesteld aan de bijwerkingen van methylfenidaat.

Daarom krijg je clonidine bij bijwerkingen van methylfenidaat (of dexamfetamine of atomoxetine), zoals:

  • Slaapproblemen
  • Tics
  • Terugslag ('rebound')
  • Verminderde eetlust

Hoe doet clonidine dat?

In je hoofd zit een systeem dat zorgt dat je je kunt blijven concentreren.

Dat systeem wordt door clonidine versterkt.

Daardoor spring je niet steeds van het een naar het ander.

 

Let op: deze informatie vervangt de officiële bijsluiter niet. Lees de gebruiksvoorwaarden.
© Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Deel deze pagina via:
Reageren

Kunnen we dit artikel verbeteren? Ontbreekt het aan inhoud, of vond je niet precies wat je zocht?
Laat het ons weten.